Opgaven
Wat je geleerd hebt
In dit hoofdstuk is het volgende besproken:
- Wat variabelen zijn
- Het toekennen van een waarde aan een variabele
- Correcte namen voor variabelen
- Conventies met betrekking tot variabele namen
- Soft typing
- Het debuggen van code waarin variabelen onverwachte waardes hebben
- Verkorte operatoren
- Commentaar
Opgave 1
Onderstaand codefragment kent drie waarden toe aan drie variabelen:var1, var2 en var3.
var1 = 9.4
var2 = 5.9
var3 = 7.5
-
Bereken het gemiddelde van de drie waarden en ken het toe aan de variabele
gemiddelde. -
Toon het gemiddelde.
-
Voeg drie commentaren toe.
Opgave 2
Onderstaand codefragment kent de straal van een cirkel toe aan de variabele straal. De waarde van wordt toegekend aan de variabele pi. Gevraagd wordt:
# straal van cirkel
straal = 2.73
# waarde van π
pi = 3.141592653589793
-
Bereken de oppervlakte van de cirkel en ken die toe aan de variabele
oppervlakte. -
Schrijf de volgende zin uit die de oppervlakte van de cirkel aangeeft:
De oppervlakte van een cirkel met straal ??? is ???.
Uiteraard moeten de straal en de oppervlakte van de cirkel ingevuld worden op de plaats van de vraagtekens.
Opgave 3
De Amerikaanse dollar is de wettige munteenheid van de Verenigde Staten en van enkele andere landen die deze munt overgenomen hebben. De dollar is onderverdeeld in 100 cent (symbool ¢). De namen van de muntstukken zijn:
| naam | waarde (in cent) | opdruk voorkant | opdruk achterkant |
|---|---|---|---|
| cent (of penny) | 1 | Abraham Lincoln | een Eenheidsschild |
| stuiver (nickel) | 5 | Thomas Jefferson | Monticello |
| dubbeltje (dime) | 10 | Franklin Delano Roosevelt | fakkel, eikentak en olijftak |
| kwartje (quarter) | 25 | George Washington | arend |
| dollar | 100 | Sacagawea met kind | arend in vlucht |
Onderstaand codefragment kent de waarde van een geldbedrag (in cent) toe aan de variabele bedrag. Bepaal hoeveel dollarstukken er in het bedrag passen, dan hoeveel kwartjes er in het restbedrag zitten nadat de dollars eruit genomen zijn, dan de hoeveelheid dubbeltjes, dan de stuivers, en tenslotte de centen. Het resultaat is dat je het bedrag uitdrukt in het minimale aantal muntjes dat nodig is.
# bedrag (in cent)
bedrag = 1156
Schrijf het aantal munstukken uit dat je minimaal nodig hebt om het gegeven bedrag (in cent) uit te betalen. Gebruik hiervoor het volgende formaat.
Dollars: ???
Kwartjes: ???
Dubbeltjes: ???
Stuivers: ???
Centen: ???
Opgave 4
Kun je een manier bedenken om de numerieke waarden toegekend aan twee variabelen om te wisselen, zonder daarbij een derde hulpvariabele te gebruiken?
In onderstaand codefragment worden twee numerieke waarden toegekend aan de variabelen a en b. Probeer de waarden toegekend aan deze twee variabelen om te wisselen, zonder daarbij een derde variabele te gebruiken. Om je te helpen, is de eerste stap al gegeven. Je hoeft slechts twee regels code toe te voegen.
# twee waarden toekennen aan twee variabelen
a = 17
b = 23
# waarde toegekend aan variabelen uitschrijven
print(f'a = {a} en b = {b}')
# waarden van variabelen omwisselen
a += b
# voeg hier twee regels toe om a en b om te wisselen
# waarde toegekend aan variabelen uitschrijven
print(f'a = {a} en b = {b}')